Sluizencomplex IJmuiden


On the locks tour Weergeven op grotere schaal

Voor Informatie over de fiets tour over het sluizencomplex van IJmuiden klik hier.

Sluizen ijmuiden

Het sluizencomplex ijmuiden vormt bij IJmuiden de verbinding tussen het Noordzeekanaal en de Noordzee. Het sluizencomplex bestaat uit de Zuidersluis uit 1876, de Middensluis uit 1896, de Noordersluis uit 1929, de Spuisluizen en het Gemaal. Ten westen van de sluizen ligt het Forteiland, onderdeel van de Stelling van Amsterdam. kleine-sluis-en-zuidersluis

Kleine sluis en Zuidersluis
In 1852 had het gemeentebestuur van Amsterdam een commissie benoemd om een kanaal tussen de stad en de Noordzee te onderzoeken. Deze commissie adviseerde de aanleg van twee schutsluizen en een uitwateringsluis. In dit plan kreeg de kleine sluis een afmeting van 10 meter breed en een drempeldiepte van 5 meter beneden Normaal Amsterdams Peil (NAP). Voor de grote schutsluis waren de afmetingen 17 meter en 6,75 meter beneden NAP. Beiden waren ontworpen als dubbelkerende zeesluis voorzien van puntdeuren. Deze constructie maakte het mogelijk de sluizen bij vloed en eb te gebruiken. Het uiteindelijke resultaat leek veel op dit plan met uitzondering van de afmetingen van de sluizen. In 1859 kwam de Raad voor de Waterstaat met een plan om de grote sluis 140 meter lang, 18 meter breed en 7,75 meter diep te maken. Voor de kleine sluis waren de corresponderende afmetingen 70 meter, 12 meter en 5 meter. De meeste schepen van die tijd konden de grote sluis zonder veel problemen passeren. In 1868 werd uiteindelijk de lengte van de grote sluis teruggebracht tot 120 meter. In het bestek stond ook vermeld dat het sluiscomplex op 1 augustus 1876 gereed moest zijn. De graafwerkzaamheden werden in het voorjaar van 1871 voltooid en de sluizen in het najaar van 1872. De muren van de sluis waren gemetseld, de vloeddeuren van smeedijzer en de ebdeuren van grenenhout. De aannemer kreeg een premie van 100.000 gulden als het werk aan de sluizen in 1872 afgerond zou zijn. Dit was dus geslaagd. De sluizen werden in eerste instantie vooral gebruikt voor de uitwatering van IJ-water en het schuttenvan baggermaterieel. Pas op 1 november 1876 werd het complex door Koning Willem III der Nederlanden officieel geopend.

Middensluis
Na de officiële opening werd al snel duidelijk dat de Zuidersluis te krap bemeten was. Schepen met een lengte van 150 meter en meer kwamen in de vaart en deze pasten niet in de Zuidersluis. Verder voldeed het gemaal aan de andere kant van het kanaal, bij Schellingwoude, niet. Tijdens het spuien konden de twee sluizen niet gebruikt worden voor de scheepvaart en dit reduceerde de capaciteit nog meer. In 1885, nog geen 10 jaar na de opening, werd een eerste ontwerp voor een derde en grotere sluis ingediend. Dit plan voorzag in een schutsluis van 205 meter lang, 25 meter breed en 8,50 meter beneden NAP diep. Op 31 mei 1887 keurde de regering de bouw goed. Wijzer geworden van de eerste ervaring, besloot men de lengte op te rekken tot 225 meter en de diepte, na felle discussies, op 10,0 meter te brengen. In 1887 had men al aan particulieren de mogelijkheid geopend om kosteloos zand weg te halen op de plaats van de toekomstige sluis. Om de schepen niet teveel bloot te stellen aan een zware zeedeining werd de sluis 470 meter meer landinwaarts aangelegd, ten noordoosten van de bestaande twee sluizen. Een jaar later namen de aannemers het werk over. Een dikke bodem van 2,5 meter beton werd gestort in het najaar van 1891. Na het uitharden, kon in mei 1892 het metselen van de sluismuren starten. Tegenslag tijdens de bouw vertraagde de werkzaamheden en pas in 1895 was het metselwerk klaar. De sluisdeuren werden in 1893 al geplaatst; men overwoog roldeuren maar uiteindelijk viel de keuze op puntdeuren. Elk sluishoofd kreeg een stel vloed- en ebdeuren. De deuren werden handmatig geopend en gesloten. In mei 1895 was de sluis klaar, maar er was vertraging opgetreden bij het baggeren van het toeleidingskanaal. Op 12 december 1896 werd de sluis officieel in dienst gesteld door het schutten van het stoomschip Koningin Wilhelmina van de Stoomvaart Maatschappij Nederland. In 1899 waren alle werkzaamheden voltooid. De sluis heeft 5,8 miljoen gulden gekost en was tot de opening van de sluizen van het Panamakanaal in 1913 de grootste ter wereld. De naam Middensluis kwam pas in gebruik na de opening van de Noordersluis in 1930, voor die tijd was het de Groote Sluis.

noordersluisNoordersluis
De Middensluis voldeed al spoedig niet meer aan de eisen van de moderne scheepvaart, met zijn steeds groter wordende schepen. Vanaf 1909 werd al gezocht naar oplossingen om voor grotere schepen de vaart naar Amsterdam mogelijk te maken. In 1921 werd besloten tot de bouw van de Noordersluis, welke in 1928 gereed kwam. Dit was toen – wederom – de grootste schutsluis ter wereld met een afmeting van 400 meter lang, 50 meter breed en 15 meter diep. Het buitenfront van deze sluis kwam weer 580 meter verder landinwaarts te liggen, mede om de toegang tot de haven van de Hoogovens niet te hinderen. Om grote schepen komend vanuit zee zonder veel hinder voor de sluis te krijgen werd besloten een nieuw toeleidingskanaal te graven; het fort kwam daarmee op een eiland te liggen. Voor het afsluiten van de sluis werd voor roldeuren gekozen. De drie deuren kregen elk een lengte van 53,5 meter, waren 7,3 meter breed en 20 meter hoog. Vanwege het hoge totale gewicht van circa 1.175 ton werden de deuren vanuit Rotterdam over zee naar IJmuiden versleept. De eerste deur kwam daar in 1927 aan.[8] Op 29 april 1930 was de officiële opening van de sluis doorKoningin Wilhelmina. De kosten bedroegen 20 miljoen gulden en de Noordersluis was daarmee 50% duurder dan begroot. Pas vanaf 1960 kon de sluis optimaal worden gebruikt nadat het Noordzeekanaal was verdiept en verbreed.

Plannen voor nieuwe sluis
Jarenlang was de Noordersluis de grootste schutsluis van Nederland en Europa. Door de toename van de afmetingen van de schepen is deze sluis inmiddels een bottleneck geworden voor de scheepvaart naar de Haven van Amsterdam. De gemeente Amsterdam wil graag een nieuwe, nog grotere, vierde zeesluis om ruimte te bieden voor het groeiende scheepvaartverkeer. Het gewenste jaar van de opening van deze sluis is in 2016; de afmetingen van de sluis wordt 500 meter lang, 65 meter breed en 18 meter diep. Over de exacte afmetingen wordt nog gestudeerd. Voor de ligging van de nieuwe sluis zijn twee opties, namelijk: (1) tussen de Noorder- en Middensluis of (2) tussen de Noordersluis en het gemaal. Op 22 juni 2012 maakte Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu bekend dat het onderzoek naar de nieuwe sluis afgerond is en dat een zeesluis met eerder genoemde afmetingen haalbaar, betaalbaar en inpasbaar is. De nieuwe zeesluis komt tussen de bestaande Noorder- en de Middensluis te liggen en zal met traditionele rechte roldeuren worden uitgevoerd. De oplevering is wel verschoven van 2016 naar 2019 al zijn waarschijnlijk proefvaarten mogelijk in 2018. Met de aanleg wordt in 2015 een start gemaakt. Na de ingebruikneming van deze nieuwe sluis wordt de Noordersluis buiten bedrijf gesteld en eventueel ingezet bij onderhoud en calamiteiten. De totale kosten worden begroot op € 848 miljoen. Het Rijk, de provincie Noord-Holland en de Gemeente Amsterdam zullen allen financieel bijdragen aan het project, maar ongeveer 65% zal door het Rijk worden betaald.

Spuicomplex
In 1945 werd het huidige spuicomplex in gebruik genomen met een capaciteit van 700 kubieke meter per seconde. In 1975 werd naast het spuicomplex ook een gemaal in gebruik genomen. De belangstelling voor natuur en milieu nam toe en men wilde niet langer het brakke water van het Noordzeekanaal lozen op het Markermeer. Het gemaal telde vier pompen met een capaciteit van 160 kubieke meter per seconde; in 2004 zijn er nogmaals twee pompen bijgeplaatst. Het gemaal is het grootste van Europa en vervult een belangrijke rol in de afwatering van een groot deel van Noord- en Zuid-Holland. Per jaar wordt er ongeveer drie miljard kubieke meter water afgevoerd.

Pin It